Rechtsvermoeden bij een laag uurtarief: wat is aangenomen en wat niet
Geschreven door Ilias Aarrass6 min lezen · Gepubliceerd op · Laatst gecontroleerd op 
In het kort
De wet die bij een laag uurtarief een arbeidsovereenkomst vermoedt, is op 21 april 2026 door de Tweede Kamer en op 16 juni 2026 door de Eerste Kamer aangenomen, maar treedt pas in werking bij koninklijk besluit.
- Het bedrag van 38 euro per uur staat niet in de wettekst; het wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.
- Het vermoeden is arbeidsrecht: je roept het zelf in en je opdrachtgever kan het weerleggen.
- Het verduidelijkingsdeel van het oorspronkelijke wetsvoorstel VBAR is er in maart 2026 uit gehaald.
- Voor de Belastingdienst blijft de feitelijke situatie beslissend, ongeacht je uurtarief.
Rond zzp-wetgeving buitelen de berichten over elkaar heen, en het bedrag van 38 euro per uur gaat al maanden rond. Tijd om precies te zijn. De Tweede Kamer nam op 21 april 2026 de wet aan die een arbeidsovereenkomst vermoedt bij een laag uurtarief; de Eerste Kamer deed dat op 16 juni 2026. De wet is dus aangenomen, maar op het moment van schrijven nog niet in werking, en het exacte uurtarief wordt pas later vastgesteld. In dit artikel lees je wat er precies is aangenomen, wat het rechtsvermoeden voor je betekent en waarom het losstaat van de fiscale handhaving op schijnzelfstandigheid.
Wat er precies is aangenomen
Het oorspronkelijke wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden, kortweg VBAR, bestond uit twee delen: een verduidelijking van wanneer er sprake is van werken in dienstverband, en een rechtsvermoeden voor werkenden met een laag tarief. In maart 2026 is het voorstel bij nota van wijziging teruggebracht tot dat tweede deel. Wat door beide Kamers is gekomen, is dus alleen het rechtsvermoeden.
Het rechtsvermoeden werkt zo: verdient een werkende minder dan een vastgesteld bedrag per uur, dan mag hij zich erop beroepen dat er een arbeidsovereenkomst is. De bewijslast draait dan om: niet de werkende moet aantonen dat hij werknemer is, maar de opdrachtgever moet aantonen dat hij dat níet is. Lukt dat niet, dan gelden de rechten die bij een dienstverband horen, zoals loondoorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming.
| Onderdeel | Status |
|---|---|
| Aangenomen door de Tweede Kamer | 21 april 2026 |
| Aangenomen door de Eerste Kamer | 16 juni 2026 |
| Inwerkingtreding | bij koninklijk besluit, nog niet in werking |
| Het uurtarief | bij ministeriële regeling; in de stukken is € 38 genoemd |
| Het verduidelijkingsdeel van VBAR | uit het voorstel gehaald |
Arbeidsrecht, niet belastingrecht
Het rechtsvermoeden staat in het Burgerlijk Wetboek en is dus arbeidsrecht. Het gaat over de vraag of jij bij een geschil met je opdrachtgever de rechten van een werknemer kunt claimen. De Belastingdienst gebruikt het niet als grens: die kijkt sinds 1 januari 2025 weer volledig naar de feitelijke situatie bij schijnzelfstandigheid, ongeacht je tarief.
Dat onderscheid is belangrijk in twee richtingen. Werk je voor 80 euro per uur, dan beschermt geen enkel tarief je tegen herkwalificatie als je feitelijk als werknemer werkt: vaste tijden, werken onder leiding, geen eigen risico. En werk je voor 30 euro per uur met echte zelfstandigheid, dan ben je niet automatisch werknemer; het vermoeden is weerlegbaar en het is bovendien een recht dat je zelf inroept, geen verplichting.
- Het vermoeden werkt alleen als jij het inroept, bij je opdrachtgever of bij de rechter.
- Je opdrachtgever kan het weerleggen door aan te tonen dat er geen dienstverband is.
- Voor de loonheffingen en de inkomstenbelasting verandert er door deze wet niets.
- Ook een modelovereenkomst helpt alleen als de praktijk ermee klopt.
Wat het voor jouw praktijk betekent
Voor de meeste zzp'ers met een normaal tarief verandert er direct weinig. Het effect zit vooral aan de kant van opdrachtgevers: die worden voorzichtiger met lage tarieven en lange, ingebedde opdrachten, en vragen vaker om een overeenkomst waarin je zelfstandigheid staat beschreven. In sectoren waar veel met lage tarieven gewerkt wordt, zoals bezorging, schoonmaak, zorg en bouw, is de kans het grootst dat opdrachtgevers hun inhuurbeleid aanpassen.
Zit je zelf rond of onder het genoemde bedrag, gebruik dit dan als aanleiding om je tarief opnieuw door te rekenen. Een tarief dat te laag is om verzekeringen, niet-declarabele uren en belasting van te betalen, is sowieso geen ondernemerstarief. In uurtarief bepalen staat hoe je van je gewenste inkomen naar een tarief rekent.
Wat je nu vastlegt per opdracht
- Opdracht
- een omschreven resultaat, geen open beschikbaarheid
- Werkwijze
- eigen indeling, eigen materiaal waar mogelijk
- Risico
- eigen aansprakelijkheid en verzekering
- Spreiding
- meerdere opdrachtgevers per jaar
Uitkomst: Vier punten die je in je [overeenkomst van opdracht](kb:overeenkomst-van-opdracht-opstellen) zet en in de praktijk ook waarmaakt
Wat je van je opdrachtgever kunt verwachten
Sommige opdrachtgevers stoppen met inhuur onder een bepaald tarief, andere zetten mensen liever op de loonlijst of via een bureau. Wordt jouw opdracht opgezegd met een verwijzing naar deze wetgeving, vraag dan waar het risico volgens hen zit: vaak gaat het niet om het tarief maar om de inbedding in de organisatie. Zie ook zzp'er inhuren of in loondienst en freelancen via een bemiddelingsbureau.
Veelgestelde vragen
Geldt de grens van 38 euro nu al?
Nee. De wet is aangenomen maar treedt pas in werking bij koninklijk besluit, en het bedrag wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. Tot die publicatie is 38 euro een bedrag uit de toelichting, geen geldende grens.
Word ik werknemer als ik onder dat tarief werk?
Niet automatisch. Je kunt je dan beroepen op het vermoeden dat er een arbeidsovereenkomst is; je opdrachtgever krijgt de kans dat te weerleggen. Doe je niets, dan verandert er niets aan je situatie.
Wat betekent dit voor mijn belastingaangifte?
Niets. Het rechtsvermoeden staat in het arbeidsrecht. Of je ondernemer bent voor de inkomstenbelasting beoordeelt de Belastingdienst op de gebruikelijke criteria, zoals zelfstandigheid, risico en het aantal opdrachtgevers.
Mijn opdrachtgever wil mijn tarief verhogen om risico te vermijden. Kan dat?
Dat mag, maar een hoger tarief is geen vrijbrief. Blijft de praktijk hetzelfde, met vaste tijden en werken onder leiding, dan blijft het risico van herkwalificatie bestaan, ook fiscaal.
Wat is er met het verduidelijkingsdeel van VBAR gebeurd?
Dat is in maart 2026 uit het voorstel gehaald. De beoordeling of er sprake is van een dienstverband blijft dus gebaseerd op de wet en de rechtspraak zoals die er al waren.
Bronnen
- Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief (36.783)Eerste Kamer · eerstekamer.nl
Bronnen gecontroleerd op
Dit artikel geeft algemene informatie op basis van de regels zoals bekend voor 2026 en vervangt geen persoonlijk fiscaal advies. Voor jouw specifieke situatie kijken we graag met je mee.



