Afschrijven: lineair, degressief en restwaarde uitgelegd




Koop je een duur bedrijfsmiddel, dan mag je dat niet in een keer als kosten aftrekken. In plaats daarvan spreid je de kosten over de jaren dat je het gebruikt. Dat heet afschrijven. Het klinkt technisch, maar het principe is logisch. In dit artikel leggen we de methodes uit.
Afschrijven betekent dat je de kosten van een bedrijfsmiddel verdeelt over de jaren waarin je het gebruikt. Een laptop van 1.500 euro die je vijf jaar gebruikt, trek je niet in een keer af, maar gespreid over die vijf jaar. Zo sluiten je kosten beter aan bij het werkelijke gebruik en de waardevermindering.
Bij lineair afschrijven trek je elk jaar hetzelfde bedrag af. Je neemt de aanschafwaarde, trekt de restwaarde eraf, en deelt dat door het aantal gebruiksjaren. Dit is de meest gebruikte en eenvoudigste methode, en wordt door de Belastingdienst breed geaccepteerd.
Bij degressief afschrijven schrijf je in de eerste jaren meer af en in latere jaren minder, omdat veel bedrijfsmiddelen in het begin sneller in waarde dalen. De restwaarde is de waarde die het bedrijfsmiddel nog heeft aan het eind van de gebruiksperiode; die trek je niet af, want die houd je over.
Bedrijfsmiddelen onder 450 euro hoef je niet af te schrijven; die mag je meestal direct als kosten aftrekken. Voor de meeste ondernemers is lineair afschrijven het handigst en duidelijkst. Twijfel je over de gebruiksduur of restwaarde, laat je dan adviseren zodat je correct afschrijft.
Dit artikel geeft algemene informatie op basis van de regels zoals bekend voor 2026 en vervangt geen persoonlijk fiscaal advies. Voor jouw specifieke situatie kijken we graag met je mee.

Plan een vrijblijvend gesprek en ontdek wat Fiscly voor jouw onderneming kan betekenen.
Fiscly.
Boekhouder. Voor zzp'ers.
Persoonlijke boekhouding voor zelfstandigen die grip willen houden op hun cijfers.
© 2026 Fiscly Finance. Alle rechten voorbehouden.